> Terug naar overzicht

De Business Software Alliance wordt opnieuw met de vinger gewezen

‘Softwarecontrole-invallen’ in bedrijven verder aan banden gelegd.

VKW Limburg blijft er voorstander van dat alle bedrijven zich naar behoren in orde stellen op het vlak van het legaal gebruik en de installatie van softwarelicenties en dit binnen een billijke termijn. Illegaal gebruik van software schaadt trouwens ook de eerlijke concurrentie ten aanzien van de overgrote meerderheid van de bedrijven waar het gebruik van legale software de regel is. Maar de controle ervan moet wel correct verlopen en dat bleek tot op heden dikwijls niet het geval.

Al enkele jaren valt het advocatenbureau dat voor Business Software Alliance optreedt, samen met politie, een deurwaarder en een gerechtsdeskundige binnen bij de bedrijven. Alle computers worden gecontroleerd op illegaal gedownloade software. Maar er wordt meteen met bewarend beslag van de computers gedreigd, waarop bedrijven bijna steeds instemmen met een dadingvoorstel dat vaak tot meerdere tienduizenden euro’s oploopt. En net dit wordt door enkele recente arresten van het Hof van beroep aan banden gelegd.

Voor bedrijven is het trouwens niet altijd even duidelijk welke door hen gebruikte software legaal is en welke niet. Vaak is men door onwetendheid of onoplettendheid niet in regel, eerder dan door het bewust overtreden van de wet.

Al in juli 2011 informeerde VKW Limburg – tijdens een seminarie met Bart Cresens van advocatenkantoor Cresendo - de bedrijven over de rechten en plichten bij zulk een controle van de software door de Business Software Alliance, kortweg BSA (de instelling van softwareontwikkelaars, opgericht om illegaal softwaregebruik op te sporen en te vervolgen).
In een toen recent arrest van het Hof van Beroep te Brussel, stipte het Hof belangrijke beperkingen aan bij de manier waarop deze ‘huiszoekingen en controles’ gebeurden. En zopas nog werd door het Hof van Beroep te Brussel opnieuw een belangrijke randbemerking aangebracht bij de (drieste) manier waarop de (advocaat van de) BSA te werk ging.

Kort samengevat benadrukt het Hof dat een ‘bewarend beslag’ een complementaire maatregel is, die enkel mag gehanteerd worden als een louter ‘beschrijvende’ maatregel niet voldoende zou blijken om de eventuele overtredingen vast te stellen. En dat als de advocaat van de BSA toch meent te moeten overgaan tot een bewarend beslag, dit mogelijk als onwettig kan worden gezien. De vaststellingen die daaruit bleken, zijn in dat geval uiteraard van geen waarde, zodat er van enige schadevergoeding ook geen sprake kan zijn.

Uiteraard kan de BSA slechts zelden aantonen dat als alle mogelijke harde schijven e.d. werden gekopieerd, een bijkomende ‘stante pede’ inbeslagname van de pc’s nog noodzakelijk zou zijn om eventuele bijkomende overtredingen later vast te stellen.

Daarmee neemt het Hof op een geraffineerde wijze een belangrijk drukkingsmiddel uit handen van de advocaat van de BSA. Er werd immers onder de dreiging van een inbeslagname zeer vaak een dading voorgesteld, zonder dat de vaststellingen en methodiek aan de rechtbanken en hoven konden worden voorgelegd. De dreiging van een ‘gijzeling’ van de werkplekken demotiveerde de bezochte bedrijven immers om alle genomen maatregelen voor te leggen aan de rechtbanken en Hoven om te controleren op hun correctheid.

Kortom: de aanpak van de BSA lijkt door de verschillende Arresten steeds meer aan banden te worden gelegd. Een correcte controle van alle genomen (ingrijpende) maatregelen moet mogelijk zijn, zonder de ‘stante pede’ dreiging van een lamlegging van de volledige IT-infrastructuur van het bedrijf.

Leden login

Open