> Terug naar overzicht
POL juli 2009: -25,2: volgens Limburgse ondernemers lijkt dieptepunt van de crisis bereikt
Ieder kwartaal peilen VKW-Limburg en UNIZO-Limburg met de POL, Polsslag Ondernemend Limburg, naar de economische gang van zaken in de Limburgse bedrijven.
De POL geeft in juli 2009 een score aan van - 25,2. Dit is een lichte verbetering tov het vorige kwartaal. Hiermee wordt nog eens bevestigd dat, volgens de Limburgse ondernemers, de economische crisis haar dieptepunt heeft bereikt. Voor het komende kwartaal geven de ondernemers zelf aan dat ze vooral vooruitgang verwachten op vlak van investeringen en tewerkstelling. Uit een analyse op basis van sectoren blijkt dat de productiesector het afgelopen kwartaal nog het meest negatief evalueert. Opnieuw blijkt dat de grote bedrijven het meest 'trendgevoelig' zijn en al de grootste vooruitgang hebben opgetekend tussen april en juli van dit jaar.
Aanvullend aan de POL stelden VKW-Limburg en UNIZO-Limburg een aantal bijkomende vragen aan de Limburgse ondernemers met als thema 'Kunnen bedrijven nog op een vlotte manier aan bankfinanciering geraken?'.
Hieruit blijkt dat één op zes bankkredieten (gedeeltelijk) worden geweigerd en dat er ook hogere kredietkosten en strengere voorwaarden worden gesteld. Volgens de bevraging kan ook de bekendheid van de overheidsmaatregelen rond bedrijfsfinanciering heel wat beter. Tenslotte blijkt ook dat het vooral kleine bedrijven zijn die willen investeren, maar net zij vrezen een (nog) moeilijkere bankfinanciering.
Klik hier voor de presentatie met de grafieken.
De POL van juli 2009 geeft een lichte verbetering aan t.o.v. het vorige kwartaal. Het POL-cijfer stijgt lichtjes van -29,6 in april tot 25,2 in juli 2009 en bereikt daarmee opnieuw haar niveau van januari 2009. Belangrijker is echter dat de POL dus niet meer daalt, zoals al werd voorspeld bij de vorige bevraging in april. We kunnen dus stellen dat de Limburgse ondernemers er van overtuigd zijn dat de economische crisis haar dieptepunt heeft bereikt.
Die kentering wordt bevestigd door de prognoses van de Limburgse ondernemers voor het komende kwartaal. De POL kwartaalevaluatie zou in oktober 2009 opnieuw lichtjes moeten stijgen naar -22,7.
De lichte stijging van de POL is het resultaat van een verbetering op alle vlakken: omzet (+10), marktvraag (+7), export (+4), tewerkstelling (+3) en investeringen (+1). Enkel de winstmarges hebben tussen april en juli nog geen opwaartse beweging gekend en gaan zelfs nog heel lichtjes achteruit: -41,3 naar – 41,7. Verder zal echter blijken dat dit vooral het resultaat is van de problemen die de bouwsector kende met haar winstmarges.
Voor het komende kwartaal wordt er voor de winstmarges wel een verbetering verwacht (tot -29,5). De grootste vooruitgang wordt er voorspeld voor de investeringen (-25 -> -15) en tewerkstelling (-22 -> -14,5). Dit is een belangrijk, sterk signaal voor onze economie: ondernemers zijn opnieuw minder afkerig om te investeren en personeel aan te werven.
Analyse op basis van sectoren
De meeste sectoren hebben dit maal een POL die ligt rond het algemeen gemiddelde.
Twee uitschieters tekenen zich af:
De productie blijft het meest negatief met een POL van -35,4 voor het afgelopen kwartaal. Het probleem lijkt daar vooral in de omzet te zitten. Ook wat betreft de prognoses voor het komende kwartaal vinden we de meest negatieve cijfers bij de productie. Ook al wordt er verbetering verwacht, die blijft beduidend lager dan in de andere sectoren (-31).
De detailhandel is wederom de meest positief gestemde sector met een POL van -15,2. Vooral opvallend is de toch wel sterke verbetering in marktvraag (-35,4 -> -17,5) die deze sector heeft gekend tussen april en juli 2009. Mogelijk zit het feit dat we vroeg op het jaar hebben kunnen genieten van mooi, warm weer daar voor iets tussen. Ook voor het komende kwartaal blijft de detailhandel het meest positief gestemd. Vooral op vlak van investeringen verwachten de detailhandelaars vooruit te kunnen gaan. Daar vinden we een positieve POL-cijfer, met name +3,6 (van -11,5 voor het afgelopen kwartaal).
De bouwsector heeft tussen april en juli 2009 een sterke omzetverbetering gehad (-33 -> -13), maar is wel lichtjes achteruit gegaan voor wat betreft tewerkstelling (2,1 -> - 3,7) en vooral winstmarges (-36 -> -42). Het is dan ook deze sector die zorgt voor de lichte achteruitgang in het algemeen POL-cijfer voor wat betreft de winstmarges, want alle andere sectoren tekenen hier wel een vooruitgang op.
De groothandel heeft het afgelopen kwartaal de meeste vooruitgang geboekt, met een POL-cijfer dat + 18,3 punten stijgt, van -43,0 naar -24,7. Deze vooruitgang lijkt vooral ingegeven te zijn door een verbeterde omzet.
Analyse op basis van grootte bedrijf
Opnieuw blijkt dat hoe groter het bedrijf, hoe lager het POL-cijfer wordt. Deze trend zet zich door tot aan de categorie van de grootste bedrijven (meer dan 500 werknemers) die weer iets positiever gestemd zijn dan de categorie daaronder.
Belangrijk is wel dat de twee grootste categorieën (250-499 en meer dan 500 werknemers) het afgelopen kwartaal de grootste stijging hebben gekend. Ze gaan vooruit met niet minder dan respectievelijk +20 en + 30 punten. Uit eerdere POL-bevragingen bleek al dat deze bedrijven het meest ’trendgevoelig‘ zijn. Dat wordt nu opnieuw bewezen, maar dan in de positieve zin. Zij hebben van alle bedrijven het afgelopen kwartaal het meest gevoeld dat de economie zich herpakt of zou gaan herpakken.
De groep van de kleinere bedrijven (5-9 werknemers en in mindere mate de groep van 10-19 werknemers) zijn dan weer de enige die het afgelopen kwartaal nog achteruit zijn gegaan, met respectievelijk 9 punten (-11,9 -> -20,2) en 1 punt (-27 -> -28). Zoals verwacht, hebben zij nu pas de sterkste klappen van de crisis gevoeld.
De kleine bedrijven (-5) schieten er uit omdat ze toch veel geïnvesteerd hebben. Het POL-cijfer voor de investeringen stijgt van -5 -> +14. Blijkbaar is extra investeren de remedie tegen de crisis geweest voor deze groep van bedrijven. Daarnaast hebben ze in het afgelopen kwartaal ook wel hun winstmarges zien vooruitgaan (-35,9 -> -26,1).
Wat de prognoses betreft, blijkt opnieuw dat hoe groter het bedrijf, hoe minder positief ze gestemd zijn naar de toekomst. Vanaf middelgrootte bedrijven (+100 werknemers) is er weer iets meer optimisme.
POL Themabevraging:
Bankfinanciering vandaag bij de Limburgse bedrijven
Aanvullend aan de POL stelden VKW-Limburg en UNIZO-Limburg opnieuw een aantal bijkomende vragen aan de Limburgse ondernemers, van klein tot groot, omtrent een actueel thema. Thema van deze bevraging was “kunnen bedrijven nog op een vlotte manier aan bankfinanciering geraken?”
Moeilijkere bankfianciering
Een meerderheid van de bedrijven (52%) is de mening toegedaan dat het verkrijgen van bankkrediet vandaag een stuk moeilijker is geworden. 41% noemt die financieringsmoeilijkheden momenteel zelfs een belangrijkere belemmerende factor voor investeringen dan de slechte economische situatie van vandaag. Dit geldt bij uitstek voor de bedrijven met minder dan 5 werknemers. Des te opvallender omdat uit de POL-conjunctuurcijfers bleek dat vooral zij verder willen investeren.
UNIZO-Limburg en VKW-Limburg peilden vervolgens naar de evolutie van een aantal relevante aspecten rond bankfinanciering in de voorbije 12 maanden. Daarbij geeft 27% aan dat de bank hogere eisen stelt rond het aanleveren van bedrijfsinformatie. 73% merkt op dit vlak weinig verschil. Ook de geëiste waarborgen liggen voor een kwart van de bedrijven duidelijk hoger.
De kostprijs van het kaskrediet geeft een gedifferentieerd beeld: 14% van de bedrijven merkt hier eerder een daling op, maar voor 26% is kaskrediet duidelijk duurder geworden. Voor de kleinste bedrijven (<5 wn.) is dit zelfs 45%. Hetzelfde doet zich voor voor wat betreft investeringskredieten: voor enkele bedrijven is de kostprijs gedaald (13%), maar heel wat meer bedrijven (21%) geven hier een stijging aan. Voor de bedrijven met tussen 250 en 499 werknemers is dit zelfs voor 46% het geval. Slechts een erg beperkt aantal bedrijven kan dus de neerwaarts gerichte rentetendens (Europese Centrale Bank) in de kostprijs van hun krediet doortrekken. Een veel grotere groep dient daarentegen een hogere risicopremie te betalen.
Wat de kwaliteit van dienstverlening door de banken betreft (advies, contactpersonen, …) merken de bedrijven vandaag geen verschil met een jaar geleden. Een probleem is wel dat de behandelingstermijn van kredietaanvragen in stijgende lijn zit, zodat bedrijven langer in het ongewisse blijven over de goedkeuring van hun dossier.
Kredietaanvragen en weigeringen
34% van de bedrijven heeft in de voorbije 6 maanden ook effectief een bankkrediet aangevraagd (inclusief uitbreiding lopende kredieten). Opvallend: in de bouwsector is dit bijna 1 op 2 bedrijven. Ook bij de KMO‘s tussen 5 en 100 werknemers ligt dit cijfer wat hoger dan gemiddeld. In 70% van de gevallen ging het om een krediet(en) voor de financiering van investeringen, in iets meer dan de helft over een exploitatiefinanciering (23%: beide).
Voor 64% stelde het aantrekken van die bankfinanciering gelukkig weinig (25%) of geen problemen. Toch kende 36% belangrijke problemen om de bankfinanciering rond te krijgen. Vooral voor de bedrijven tussen de 10 en de 50 werknemers en de grootste bedrijven (+500 wn.) was dit meer dan gemiddeld het geval. De kleine bedrijven kenden op dit vlak tot hiertoe relatief minder problemen.
Bij meer dan de helft van de bedrijven (53%) die aangaven toch belangrijke problemen te hebben gekend met het bekomen van hun bankfinanciering, werd het gevraagde krediet ook geweigerd. Dat komt overeen met meer dan één op zes kredietaanvragen. Voor 33% was dit een gedeeltelijke weigering, waarbij de aanvraag slechts gedeeltelijk werd gehonoreerd en dus minder krediet werd verstrekt dan initieel gevraagd. Voor 16% betekende het echter een effectieve weigering. In 4% van de gevallen werd het dossier geweigerd door de ene bank, maar wel goedgekeurd door een andere bank.
De belangrijkste door de bank aangehaalde redenen voor weigering zijn onvoldoende betalingscapaciteit, onvoldoende waarborgen en onvoldoende eigen inbreng (eigen vermogen). Echter bij een kwart van de weigeringen blijkt het bedrijf in kwestie niet op de hoogte te zijn van wat de eigenlijke reden van de weigering is.
Andere bank?
Worden bedrijven vandaag de dag door de banken ook spontaan gecontacteerd om de bestaande kredietvoorwaarden van lopende kredieten aan te passen, vroegen VKW-Limburg en UNIZO-Limburg zich af. Inderdaad: bijna één op tien van de bedrijven kregen hun bank in die zin over de vloer. Vooral in de productiesector, maar ook in de bouw en de detailhandel. Bij grootste bedrijven (meer dan 500 wn.) werd zelfs een kwart van de bedrijven in die zin gecontacteerd.
Ongeveer de helft van de ondernemers denkt dat de kleinere nichespelers in de bankenmarkt makkelijker krediet verlenen dan de grootbanken. Bij de kleinste bedrijven met enkele werknemers is dit geloof nog een stuk groter (70%). Toch blijkt dat in de voorbije 12 maanden slechts 14% van de bedrijven voor hun bedrijfsfinanciering klant is geworden bij een andere bank. In slechts 3% ging het effectief over een overstap naar een andere bank. 11% werd klant bij een bijkomende bank.
Overheidsmaatregelen
UNIZO-Limburg en VKW-Limburg peilden tenslotte naar de bekendheid en het effectief gebruik maken van recente en minder recente overheidsmaatregelen inzake bedrijfsfinanciering. Hier blijkt nog werk aan de winkel. Minder dan de helft van de bedrijfsleiders kent het bestaan van de Winwinlening of van het ARKimedes-fonds. Ook het Vlaams Innovatiefonds scoort op vlak van bekendheid nauwelijks beter.
De Vlaamse Waarborgregeling (overheidswaarborg) en het Participatiefonds doen het op dat vlak duidelijk beter. Toch doen ook zij bij één op vijf niet direct een belletje rinkelen. De bekendste maatregelen zijn de notionele intrestaftrek en de mogelijkheid om de betaling van sociale zekerheidsbijdragen (RSZ en/of bedrijfsvoorheffing) tijdelijk uit te stellen.
Niet verwonderlijk dus dat deze maatregelen ook het sterkst scoren op het vlak van daadwerkelijke toepassing in het bedrijf. De notionele intrestaftrek bewijst met een toepassingsgraad van 48% zijn grote waarde voor het bedrijfsleven en haalt het van het (voor bepaalde bedrijven) mogelijke alternatief van de KMO-investeringsreserve (8%). 10% van de Limburgse bedrijven maakt gebruik van het betalingsuitstel voor sociale zekerheidsbijdragen.
De recent door de overheid ingezette kredietbemiddelaar die kan tussenkomen bij moeilijk verlopende kredietaanvragen kent, hoewel hij nog maar weinig effectief werd aangesproken door de Limburgse bedrijven, toch al een behoorlijke bekendheid (71%). Dat kan in de komende 12 maanden nog van pas komen, want 31% van de bedrijven verwacht het komende jaar (nog) bankkrediet aan te vragen. Ongeveer de helft (14%) daarvan heeft betrekking op bedrijven die de voorbij 6 maanden géén krediet hebben aangevraagd. Tweederde van de bedrijven verwacht wel dat het verkrijgen van bankkrediet in de komende maanden (nog) moeilijker zal worden. Ook hier zijn de kleinste bedrijven het meest pessimistisch (74%).
Voorzitter Luc Cardinaels van VKW-Limburg besluit: “Met deze bevraging wordt duidelijk dat toch een belangrijk deel van onze bedrijven het erg moeilijk heeft om hun financiering rond te krijgen. Ondanks de door de ECB herhaaldelijk neerwaarts herziene rente, blijven kredieten voor veel bedrijven duurder en tegen strengere voorwaarden toegekend. Dit is verontrustend, want net nu zouden de banken de motor weer moeten helpen op gang brengen. Zo niet, dreigt die motor nog meer te gaan sputteren… De POL-bevraging leert dat bedrijven stilaan toch weer meer investeringen in het vooruitzicht stellen. Wij willen de banken op die verantwoordelijkheid wijzen en roepen hen op om welwillend en oplossingsgericht naar de kredietdossiers van de Limburgse bedrijven te kijken.”
Voorzitter Ludo Beulen van UNIZO-Limburg vult aan: “Het valt op dat de kleinere bedrijven hun bankfinanciering, weliswaar een pak duurder, tot hiertoe nog redelijk rond kregen. Vooral bij hen bestaat nu de vrees dat dit in de komende maanden wel eens zou kunnen veranderen. Het feit dat een kwart van de bedrijven in het ongewisse blijft over de reden waarom een krediet geweigerd wordt, is zorgelijk. Wij roepen de banken op hier meer aandacht aan te besteden en ook in moeilijke omstandigheden samen naar een oplossing te zoeken. Het nog beter bekend maken van de diverse overheidsmaatregelen is ook een belangrijk aandachtspunt.”




